Kwartierstaat van Elisabeth Roelofs Meihuizen (*1745)

Kaart KS646   Kwartierblad   KS VI.46   naar overzicht

Jacob Peter (Meihusens)
* xx-07-1647
+ 06-03-1716 Gontenschwil (CH)

Verena Frey
*
+ 1695

x

nn
*
+

nn
*
+

x

Jan Harmensz Woest
* 1632?
+b 26-11-1706 Delft

Maartje Jans
*
+ 21-02-1713 Delft

x 25-04-1664 Delft

Jan Huijsmans
*
+

Mary Pieters
*
+

x voor 1679

Samuel Jacobs Peter
* 1671 Gontenschwil
+ 17-02-1758 Kalkwijk/Hoogezand (Gr NL)
(Schuitenvoerder)

Barbara Rudolfs Frey
* 1672 Gontenschwil (CH)
+ 1759 Kalkwijk/Hoogezand (Gr NL)

x 12-05-1698 Gontenschwil (CH)

Louris van der Woest
02-09-1674 Delft
+ voor 1711 Delft
(Kuiper)

Lijsbeth Huijsman
*
+

x 25-04-1699 Delft

Roelof Samuels Meihuizen
*d 03-02-1709 Gontenschwil (Aarau, CH)
+ 19-10-1770 Delft (NL)
(Schuitenvooerder; Plateelbakker)

Anna Louwrens van der Woest
* 26-07-1707 Delft (NL)
+ 03-02-1775 Delft

x 26-04-1739 Delft

Elisabeth Roelofs Meihuizen
* 17-02-1745 Delft (NL)
+ 15-12-1829 Oude Bildtzijl

24-12-1780 Hoogezand  x  Roelof Hendriks Schuiling

Jacob en Verena
Kinderen te Gontenschwil: 1670 Jakob Peter, 1671 Samuel Jakobs Peter (Meihuser), 1677 Anna Peter, 1681 Rudolf Peter, 1683 Verena Peter, 1686 Katharine Peter, 1688 Friedrich Peter.

Jan en Maartje
Bij hun huwelijk woont Jan aan de Lakengracht. Beide zijn ze met attestatie van Voorschoten.
Kinderen: 1664 Johannes, 1670 Maria, 1671 Louris(+), 1673 Louweris(+), 1674 Louris.
Als Jan sterft woont hij aan de Dirklangensteeg. Hij wordt begraven in de Oude Kerk.
In de registers komt op 09-05-1632 de doop voor van Jan, zoon van Harmen Harmensz, met Harmen Jans als getuige. Dit zouden de vader en een oom "van der Woest" kunnen zijn.
Als Maartje sterft woont ze in het Vrouwenhuis aan de Schoolsteeg. Ook zij wordt begraven in de Oude Kerk.

Dirklangenstraat (zie Delft stadswandeling, omstreeks 1600):
De Dirck Langensteeg, in de wandeling Drie klandertjes-steeg geheten - in Van Bleiswijck's tijd "by wangebruyck Drie langetjes-steeg" - herbergde lieden van allerlei ambachten en bedrijven. Men vond er aardwerkers, brouwersknechts, een coppedraijer (een "cop" is een beker), kuipers, kleermakers, landbouwers, een "naebierstoocker inde drie aeckeren" (nabier, ook worte genoemd, is een soort van dunnebier), een spiesmaker, een dorenbreyder (een van de stadarbeiders die aan de wallen werkten en met het ineenvlechten van stadsdoorn waren belast), een speelman of muzikant, "Michiel den bonger" genaamd, molenaars (een van hen heette Jan Cornelisz Stickebutter), schippers, moutmakers, tuinders, borat- en caffawerkers (caffa wordt ook trijp genoemd), linnenwevers, een bosteldrager, een droogscheerder - in het register "droogscherier" genoemd - voor het merendeel wonende in huisjes met 1 haardstede.

Jan en Mary
Kinderen: Lijsbeth, Anna, 1679 Klara.
Later zijn de drie zusters bij elkaar doopgetuigen.

Samuel en Barbara
Kinderen te Gontenschwil: 1700 Jacob Samuels Peter, 1702 Maria(+), 1703 Maria Samuels Peter, 1706 Elsbet(+), 1707 Elsbet Samuels Peter, 1709 Roelof Samuels, 1712 Verena(+), 1714 Melcher Samuels Peter. Deze kinderen verhuizen allemaal mee naar de Kalkwijk (zie bij vlucht).
Te Kalkwijk wordt nog geboren: 1716 Samuel Samuels Meihuizen, trouwt 1764 met Grietje Stevens ten Cate (*1735 Sappemeer).
In 1745 schrijft Samuel een brief aan zijn broer Jakob en zuster Verena in Gontenschwyl (zie Meihuizen boek, p.141). Daarin beschrijft hij hoe het hen op het boerenbedrijf aan de Kalkwijk gaat.

....Mir leben in einer betrübten Zeit dass man hört von Jammer und Elendt von Krieg und Kriegsgeschrei und unser gesegnete Land von so Überfluss von Milch und Käs, Butter und fleisch und nun Gott der Herr vor unser Augen sucht weg zu nemen um unser Sünden und Undankbarkeit willen.... Dan meldt hij dat alle 19 koeien ziek geworden een dood gegaan zijn aan de veepest, dat hij 2 koeien die het overleefden (en dus niet meer ziek worden) heeft kunnen kopen, dat hij gehoord heeft dat de ziekte in Italie begonnen is, vandaar naar Holland en naar Friesland kwam..... Het graan was nogal goedkoop in de laatste jaren. Maar het hooi was duur en nu regent het veel en men kan niet hooien, landerijen staan onder water maar bij hem nog niet.... Na nog wat algemene beschouwingen eindigt hij met dankbaarheid voor het feit dat ze in Kalkwijk welkom zijn (en niet weggepest worden zoals in Zwitserland) en met enige ootmoedige woorden over de "barmhartige God".

Samuel sterft in 1758, Barbara het jaar daarna.
 

Louris en Lijsbeth
Bij hun huwelijk woont hij aan de Dirklangensteeg, zij aan het Noordijnde.
Kinderen: 1700 Harmannus, 1704 Maria, 1707 Anna, 1710 N.N.
Lijsbeth hertrouwt 04-07-1711 (pro deo in de Gasthuiskerk) met de weduwnaar Jacob Velselaen, die ook aan de Dirklangensteeg woont.

Roelof en Anna
Roelof vond in Delft zijn levensonderhoud. Bij zijn huwelijk woonde Roeloff aan de Oude Delft, Anna aan de Dirklangensteeg. Anna was de dochter van een van de delftse helpers. Roelof voerde de achternaam Meihuizen in elk geval vanaf 1740.
Kinderen te Delft: 21-01-1740 Samuel (+24-03-1740, begraven noordzijde Oude Kerk), 1741 Elisabeth(+), 1743 Samuel Roelofs (1. 1775 x Geertruid Gerrits ten Cate; 2. 1779 x Trijntje Jans; beide te Sappemeer), 1745 Elsbet Roelofs, 1748 Louwrens Roelofs (1772 x Adriana Bake te Delft).
Roelof was aanvankelijk "plateelbakker" (tegelbakker). Later was hij "snikkevaarder", in feite schippersknecht op het veer Delft-Rotterdam van 1754-1770. In 1761 was hij enkele maanden veerschuitvoorder (stadarchief Delft, 1 Afd. O.B. 1700-1790 no 347c fol 183 verso en 178). Het gezin Meijhuisen woonde in de Giststeeg vlakbij de vertrekplaats van het veer. (Voor de kaart van heel Delft zie boven.)
Roelof sterft in 1770. Hij zou als schippersknecht verdronken zijn, maar niet in Delft want daarover is niets in het Delftse "vonnisboek" te vinden.
Vanzelfsprekend bleef het kontakt met de ouders in Hoogezand. Op 27-04-1772 werden Anna van der Woest (wed. Roelof Meyhuizen) en dochter Elisabeth na een reis naar Sappemeer "gereadmisseerd" als burger van Delft. Tot 03-05-1772 woonde Elisabeth Meyhuisen in de Gasthuislaan. Op die dag vertrok Elisabeth Meyhuysen vanuit Delft als lidmaat van de Nederlandse Hervormde gemeente naar (de provincie) Groningen. Op 13-09-1772 worden Anna en Elisabeth met attestatie in Sappemeer in de kerk aangenomen.
Anna sterft in Delft in 1775.
Dochter Elisabeth trouwt in 1780 de doopsgezinde hoogezandse schipper Roelof Schuiling (die transporten van Hoogezand naar Holland deed) en ging met hem in/bij Hoogezand wonen.

Gegevens over Roelof en Anna en de Delftse tijd voor een groot deel overgenomen uit het onderzoek van D.J. Leij uit Voorschoten (1990).

(2013.10.12)